Kabouters

Boeken

Van een kabouter die niet met vakantie wil – Rien Poortvliet
Pinkeltje in Madurodam – Dick Laan
Pinkeltje en het grote huis – Dick Laan
Kabouter kinderversjes – Rien Poortvliet
Kaboutertjes bestaan wel – Mirjam Mous
Prins Wipneus en zijn vriendje – B van Wijckmade
Wipneus en Pim in de zilveren raket – B van Wijckmade
Kabouter Thijm – Admar Kwant 

Versjes

Een kleine kabouter
Er was eens een kleine kabouter man,
die had een keurig rood jasje aan.
Hij woont in een huis, niet te klein niet te groot
De muren mooi wit en het dak helder rood.
Maar o, op een dag, wat een ongeluk
toen brak er dat hele kabouterhuis stuk.
O, arme kabouter, wat moest hij beginnen?
Gelukkig mocht hij bij de buren naar binnen.
Wat hebben zijn vriendjes toen voor hem gedaan?
Ze zijn een nieuw huis aan het bouwen gegaan.
Een prachtig nieuw huis, niet te klein, niet te groot.
De muren mooi wit en het dak helder rood.
Wat was ons kaboutertje vreselijk blij.
Een prachtig nieuw huis met een tuintje erbij.
O, jongens wat ben ik ermee in mijn schik.
Er is geen een kabouter zo blij als ik.

Liedjes

Onder hele hoge bomen
Onder hele hoge bomen in een groot kabouterbos
staat een heel klein aardig huisje zomaar midden op het mos.
‘k Zou er best in willen wonen, maar ik ben toch veel te groot.
’t Is gemaakt voor de kabouters met hun jas en mutsjes rood.
Als het ’s avonds donker wordt is dat helemaal niet naar,
want dan zitten de kabouters zo gezellig bij elkaar.
Ieder zit dan op een krukje met een kaarsje in zijn hand
en dan zie je alle lichtjes van kaboutersprookjesland.

Op een grote paddenstoel
Op een grote paddenstoel, rood met witte stippen.
Zat kabouter Spillebeen heen en weer te wippen.
Krak zei toen de paddenstoel, met een diepe zucht.
Allebei de beentjes, hoepla in de lucht.
Maar kabouter Spillebeen, ging toch door met wippen.
Op die grote paddenstoel, rood met witte stippen.
Daar kwam vader Langbaard aan en die zei toen luid:
‘Moet dat stoeltje ook kapot? Spillebeen, schei  uit!’