Lichaam

Kringactiviteiten

Wie heb ik in gedachten?
De leerkracht neemt een kind in gedachten. De kinderen mogen vragen stellen om te kijken wie het is. Ze mogen bijvoorbeeld vragen: is het een jongen of een meisje? De leerkracht kan ook zeggen: ik ken een kind, hij heeft zwart haar, etc.

Rijmen met lichaamsdelen
Ik stoot mij aan een steen, nu heb ik last van mijn … (been)
Ik doe mijn handen eerst omhoog, en wijs daarna naar mijn … (oog)
Ik zwaai met mijn hand, in mijn mond zit een … (tand)

Ik heb zo’n jeuk!
Een kind wordt omgetrokken op een stuk behangpapier. Dat papier hangt bij de kring. De juf zegt nu: dit kind heeft jeuk aan zijn… schouder. Eén van de kinderen moet dan de schouder aanwijzen.

Wie is het grootst in de klas?
Eerst proberen de kinderen een antwoord op deze vraag te vinden. Hoe komen we daar nu achter? (de kinderen kunnen met de rug tegen elkaar gaan staan.) Later kunnen alle kinderen gemeten worden op een meetstrook. Begrippen: groot, klein, groter, kleiner

Beweging

Dit-kan-ik-al-circuit
Maak in het speellokaal een circuit, waarin de kinderen kunnen laten zien wat ze al kunnen. Bijvoorbeeld:
– Een aantal hoepels achter elkaar. Hoe ver kunnen de kinderen gooien met een pittenzak? Hoe verder, hoe meer punten.
– Hoe hoog kun je klimmen in het wandrek? (niets hoeft en alles is goed)
– Kun je balanceren over een bank die op de kop staat? (ernaast zet je een bank rechtop, zodat kinderen die het niet durven/kunnen daar wel succes kunnen behalen).
– Kun je een ring overgeven met stokken? Eén kind steekt de stok door de ring. Een ander kind probeert de ring met de stok over te nemen en door te geven.
– Geef een bierviltje door zonder je handen te gebruiken (door het bierviltje tussen je lippen te klemmen. Zorg voor schone bierviltjes, in verband met kwijlende kleuters, hahaha)

Boeken

En dun, dik en anders – E. Brownjohn
Goedemorgen, meneer Stukjes – H. van Rossum
En ik, en ik en ik – E. Damon
Billen buikje benen –  Betty Sluyzer
Kijk mij nou! – M. Baseler

Versjes

Naar bed, naar bed
Naar bed, naar bed, zei Duimelot.
Eerst nog wat eten, zei Likkepot.
Waar zal ik het gaan halen, zei Lange Jan.
Uit grootmoeders kastje, zei Ringeling.
Dat zal ik verklappen, zei ’t Kleine Ding.

Mijn hand
Hier is mijn hand, met 5 vinger eraan,
die allemaal recht op een rijtje staan.
5 vingers hier, 5 vingers daar,
10 broertjes en zusje zijn hier bij elkaar.

Naar bed
Schone handjes schone tandjes schoon gezicht,
de dag gaat dicht uit is het licht.
Hallo, zegt het bed ‘Ben je daar weer?’
Want ik dacht net, jij komt niet meer.
Kom er maar lekker onder gekropen,
morgen vroeg gaat er weer een dag open.

Zwaaien
Dit is mijn arm, dat is mijn been,
dit is mijn hand, dat is mijn teen.
Zo kan ik huppen en draaien…
en met mijn armen zwaaien.

Dit ben ik
Dit zijn mijn wangetjes en dit is mijn kin,
dit is mijn mondje met tandjes erin.
Dit zijn mijn oogjes, mijn oortjes, mijn haar.
Nu nog mijn neusje, en dan ben ik klaar.

Rode vlekjes
Rode vlekjes, he wat gek,
op mijn neus en in mijn nek.
Op mijn buik en op mijn been,
op het puntje van mijn teen.
En kijk ook eens op mijn rug
rode hond naar bed en vlug.
Even ziek zijn is best leuk,
ook al heb ik wel wat jeuk!

Handjes wassen
Handjes wassen, wat een pret!
Juf heeft alles klaar gezet.
Met mijn handjes wrijf ik flink,
duimpje, vingertjes en mijn pink.
Mooi gewassen, ik ben klaar
en de handdoek die ligt daar.

Je hebt twee ogen
Je hebt twee ogen om te kijken, twee oren om te horen.
Je mond is om te eten daarom zit ie ook van voren.
Dan heb je nog je nek en je buik en je kont,
daaronder zijn je benen met je voeten op de grond.

Mijn spiegel
Ik heb een spiegel in mijn hand,
en iemand lacht naar mij, heel charmant.
Maar wie kijkt er  toch zo naar me, met zo’n blik ow,
maar wacht eens even, dat ben ik.
Mijn spiegel heeft een handvat en is rond.
Als ik er in kijk zie ik mijn neus m’n ogen en m’n mond.
Wil jij ook eens even zien?
Kijk maar in mijn spiegel dan zie je het misschien.

Liedjes

Hoofd, schouders, knie en teen.

Opa bakkebaard
Opa Bakkebaard heeft een huisje En in dat huisje daar is het goed Opa Bakkebaard is aan ’t werken En weet jij wel wat hij doet? Hij veegt de vloer, met een bezem, met een bezem Hij veegt de vloer, zo veegt hij de vloer

Knutselen

Portret met zelf gemaakte fotolijst

Omtrekken van een kind op behang.

Trekpop versieren

Handen of voeten omtrekken

Een afdruk maken in klei of gips

Gezicht plakken met sits papier