Gymles In de gym een pinguin circuit: met natuurlijk veel banken die in de wandrekken hangen waarvan de pinguins (kinderen) lekker af kunnen glijden. Enkels 2 aan 2 vastbinden en je waggelt al aardig als een pinguin, een blokje of pittenzakje onder de armen en je vleugels zitten al mooi langs het lijf: om vervolgens een hindernisparcours af te leggen.
De Pinguïnpas Het lied begint in tweekwartsmaat: We zijn laatst met zijn allen naar de dierentuin geweest, we zagen daar de pinguins, dat was een reuzefeest refrein: Doe de pinguïnpas, doe de pinguïnpas, onze hele klas doet de pinguïnpas. Zet je rechtervoet naar voren, doe de linker er dan bij, dan de rechter weer naar voren en de linker schuift erbij. Je armen strak, doe ze naar benee, en zo af en toe ja dan wapper je er mee. Houd je rug steeds goed gestrekt, het valt niet mee zoals je ziet, want de pinguïnpas is zo makkelijk nog niet!!! Wij gaan op Berenjacht…. Benodigdheden: boek ‘Wij gaan op berenjacht’ (Helen Oxenbury/ Michael Rosen isbn 90-257-2168-0), een berenhoed (iets met twee grote bruine oren). Deze les wordt in een bewegingslokaal gegeven. Men kan het voorlezen natuurlijk in het eigen klaslokaal doen, hou de spanning en sfeer van het verhaal dan wel vast door sluipend naar het bewegingslokaal te gaan. Je weet immers maar nooit of er een beer om de hoek staat…. Het voorlezen. Het is raadzaam om niet alle prenten te laten zien. Niet alle prenten zijn even uitnodigend (de zwart-witte bijvoorbeeld), anderen zijn weer te klein waardoor de klas onrustig kan worden omdat ze het niet kunnen zien. Beperk je dus tot de grote prenten (die over twee pagina’s in kleur staan afgebeeld). Belangrijk is dat je de groep (wanneer dit niet vanzelf gebeurt) stimuleert om de herhalingen die in het boek voorkomen mee te zeggen. Het is de bedoeling dat je bij ieder nieuw obstakel (gras, rivier, modder….) kort de nadruk legt op een uit te beelden aspect. Dit kun je zelf voordoen, of een kind daartoe uitnodigen. Het beste is om evenwicht in die verdeling te vinden. Onder zo’n uit te beelden aspect kun je het volgende verstaan: het opzij duwen van het gras, zwembewegingen maken en aan de groep vragen waar het gezinnetje zich zou kunnen bevinden, je denkbeeldige zaklamp laten zien, voor als je door het woud moet…. Aangezien deze aspecten later in de les terugkomen zullen kleuters steun hebben aan de dingen die in deze lesfase al zijn uitgebeeld. De dramales. De groep staat bij voorkeur in één lange rij, want ze gaan oversteken op de manieren die in het boek terug te vinden zijn. Wanneer de groep daar te groot voor is, formeer je twee rijen aan weerskanten van het lokaal. Bij het oversteken kruisen de rijen elkaar. Benadruk dat jagers elkaar nooit duwen en voorkom problemen door bepaalde probleemkleuters aan de buitenkant van de rij te plaatsen (daar waar jij ook staat). • Start iedere keer met de herhalingen uit het boek. • Vraag steeds of de kinderen weten waar ze zich bevinden (bij het water, bos, sneeuwstorm). • Bereid je voor op de oversteek door bijvoorbeeld je schoenen uit te doen bij het water, eerst te voelen of het koud is alvorens het water in te gaan. • Als je een obstakel hebt gehad, blijf je in de spelrealiteit (door de denkbeeldige schoenen weer aan te doen, met een denkbeeldige handdoek af te drogen enz.). • Hieronder volgen een paar ideeën voor het uitbeelden, vul het zelf waar mogelijk aan. Wat beelden we uit vóór… Wat beelden we uit na…. Het hoge gras. Ruiken aan een bloemetje…. Kijken of iedereen er wel is. De rivier. Schoenen uit, duikbril op….. Afdrogen, schoenen aan….. De modder. Voorzichtig, zwaar je voeten optillen, het stinkt een beetje.. Modder van je schoenen af stampen, enz. Het woud. Je zaklamp testen…. Zaklamp opruimen, even lunchen… De Sneeuwstorm. Winterkleding aantrekken. Winterkleding uittrekken, weer warm worden... Bij de grot. Roep je de kinderen bijeen in het midden van het lokaal. Je kiest één kleuter uit die als Beer gaat fungeren, je geeft haar de berenhoed met de oren. Je zegt dat ze zo de kinderen mag komen tikken en verstopt haar achter een gordijn of onder een tafel. Je volgt dan het boek: twee grote harige oren, een grote natte neus, twee grote rollende ogen….EEN BEER! Vervolgens laat je de beer los. Wanneer ze voldoende getikt zijn laat je de beer bij je staan. Dat ging hartstikke goed kleuters, alleen gaat de vader met de kinderen en de hond de hele weg terug, maar dan snel. Dan ga je in snel tempo de weg terug, de kinderen blijven op hun plek staan wanneer ze de gebaren en geluiden maken van de sneeuwstorm, het woud, de modder….. Je eindigt zittend op de grond (onder een denkbeeldig roze dekbed) en roept: En nooit meer gaan wij op berenjacht. Cool down: sluipen. Het is voor kleuters soms zinvol om na een enerverende les een cool down te doen: een oefening waarbij de concentratie weer toeneemt en iedereen even kan uitpuffen. Bij deze les kun je het volgende doen. ‘Ik kan me niet voorstellen dat de beer jullie wou opeten, zou hij niet gewoon willen spelen? Vriendjes willen hebben?’ De beer gaat met haar rug naar de groep toe zitten. De juf wijst of tikt stil een paar kleuters aan die stil achter de beer gaan staan. Na drie, vier kleuters vraagt de juf ‘En beer, hoeveel vriendjes heb je?’. De beer raadt het aantal kinderen dat achter haar staat en draait zich dan om. Eventueel krijgt een ander kind de berenhoed op en wordt de oefening herhaald.
|